Er zit meer in de grond dan u mogelijk denkt
Archeologie vormt een wettelijk vast onderdeel van de planvorming bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Door de Omgevingswet worden alle bestemmingsplannen vervangen door één plan voor de gehele gemeente: het omgevingsplan. Een belangrijk doel van dit plan is om de gemeentelijke regelgeving te uniformeren. Dat geldt ook voor de regelgeving voor archeologie. De nieuwe Nota Archeologie geeft aan hoe in het omgevingsplan met de regels voor archeologie moet worden omgegaan. De nota geeft ook de gebieden aan waar in Delft archeologische vondsten worden verwacht en welke beperkingen daar gelden ten aanzien van graven in de bodem.
De archeologische verwachtingskaart
De afgelopen decennia heeft er veel archeologisch, historisch en geologisch onderzoek plaatsgevonden in Delft. Hierdoor is er een beeld ontstaan van de gebieden waar archeologische vindplaatsen worden verwacht. De gebieden worden weergegeven in de Archeologische verwachtingskaart, zie ook de afbeelding boven het artikel. De kaart is een bijlage van de Nota Archeologie. De nota zelf geeft een toelichting op de gebieden. Het onderstaande is ontleend aan deze toelichting.
De binnenstad kan gezien worden als één grote archeologische vindplaats. Als buitengrens van dit gebied is de buitenoever van de stadsbuitengracht genomen, inclusief de verdedigingswerken en de Houttuinen. In de binnenstad worden resten verwacht vanaf de 11e eeuw die te maken hebben met de stad Delft (inclusief pre-stedelijke bebouwing), haar inwoners en hun materiele cultuur. Buiten de stadspoorten aan de noord-, zuid- en westkant van de middeleeuwse stad lagen buitenwijken. Hoewel de wijken buiten de stadgrens lagen, horen ze wel bij de stad. Hier woonden bijvoorbeeld ambachtslieden wier werk gevaar of overlast met zich mee bracht. Ook waren er herbergen voor wie de stad niet in kon.
Vanaf de 16e eeuw zijn er topografische kaarten van Delft en omgeving bewaard gebleven. Deze kaarten zijn zeer geschikt om archeologische vindplaatsen te bepalen en worden nauwkeuriger naarmate ze jonger zijn. Het betreft veelal losse erven buiten de stadsbuitengracht. Er worden resten verwacht van boerderijen, molens en andere niet-stedelijke gebouwen, hun bewoners en gebruikers en de bijbehorende materiele cultuur vanaf de 11e eeuw.
Tijdens de ontginning van het gebied in de 11e eeuw, werden er terpen opgeworpen om droge locaties te creëren om op te wonen. In het zuidoosten van Delft zijn enkele van dergelijke terpen aanwezig, die in later tijden onbewoond zijn geraakt. Deze liggen in een lint met een groot aantal terpen in de gemeente Midden-Delfland. De vindplaatsen bestaan uit een in het landschap zichtbare heuvel met daarin de resten van boerderijen en de materiele cultuur van de bewoners.
Op diverse plaatsen in Delft komen vindplaatsen uit de Romeinse tijd voor. De vindplaatsen waarvan nauwkeurig bekend is waar deze liggen, zijn apart aangeven. In het gebied bij de Gantel kunnen (nog) onbekende Romeinse vindplaatsen voorkomen. Hetzelfde geldt voor Binnenstad, Middeleeuwse buitenwijken en Bebouwing op historische kaarten. De vindplaatsen bestaan onder andere uit huizen, boerderijen en andere gebouwen en de materiele cultuur van hun bewoners. Afgelopen zomer hebben er opgravingen plaatsgevonden op de Romeinse vindplaats in het Abtswoudsebos.
De archeologische resten in de Aandachtszone Tweede Wereldoorlog kunnen bestaan uit gebouwde resten zoals bunkers of gegraven sporen zoals schuttersputten en loopgraven en de bijbehorende materiele resten. Aan de noordkant van Delft zijn bij sonderingen diverse malen zandige lagen aangetroffen. De ouderdom en aard van deze lagen is niet duidelijk, maar opvallend is de ligging parallel aan duinenrijen met prehistorische vindplaatsen ten noorden van Delft. Bij toekomstig onderzoek in deze Aandachtszone Zand moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van deze lagen en kan de mogelijk de aard, ouderdom en archeologische potentie van deze lagen worden vastgesteld.
Beperkingen ten aanzien van graven in de bodem
De gemeente heeft de plicht om te toetsen of het belang van de archeologie voldoende is meegewogen bij bijvoorbeeld bouwaanvragen. Daarom kan de gemeente de aspirant-bodemverstoorder vragen een archeologisch onderzoek te laten uitvoeren. Zo is 31 augustus archeologisch onderzoek gestart in de binnentuin van Museum Prinsenhof Delft. De opgraving is noodzakelijk wegens de geplande plaatsing van een nieuw trappenhuis met lift.
Voor niet elke graafactiviteit is archeologisch onderzoek nodig. Er gelden vrijstellingen. De vrijstellingen zijn gekoppeld aan de hiervoor beschreven gebieden van de archeologische verwachtingenkaart. De vrijstellingsgrenzen zijn gebaseerd op de trefkans op het aantreffen van archeologische resten. Is de trefkans hoog, bijvoorbeeld in de middeleeuwse binnenstad, dan zijn de vrijstellingsgrenzen laag. Bij een lagere trefkans, zijn ruimere vrijstellingsgrenzen mogelijk. Als bij een ontwikkeling de vrijstellingsgrenzen overschreden worden, is mogelijk archeologisch onderzoek nodig.
De vrijstellingsgrens voor de Binnenstad bedraagt 50 m2 en 30 cm onder het maaiveld; dus slechts een spade diep. Bij grotere bodemverstorende ontwikkelingen is archeologisch onderzoek nodig. Dit geldt ook bij ophogingen van het maaiveld met een gronddruk van meer dan 0,8 ton/m² (ca 40 cm zand).
Voor de Nota Archeologie gemeente Delft 2026 – 2036 klik hier
Voor de recente opgraving in het Abtswoudsebos klik hier
Voor “Hoe werkt archeologie in Delft en omstreken?” Zie de website van Erfgoed Delft
