Het Warmteprogramma 2026 in wording heeft verrassingen voor ons ons gebied
De gemeente is het Warmteprogramma 2026 aan het opstellen. Dit warmteprogramma beschrijft met de huidige inzichten welke duurzame warmtetechniek per buurt het meest voor de hand ligt en in welke gebieden de gemeente de komende 10 jaar aan de slag gaat met het verduurzamen van de warmtevoorziening: de energietransitie. Het Warmteprogramma 2026 is de actualisatie van het Warmteplan 2021. Wij berichtten eerder over de achtergronden van deze actualisatie, klik hier.
Het college heeft recent het memo Warmteprogramma op hoofdlijnen naar de gemeenteraad gestuurd. Dit memo geeft de stand van zaken aan en toont de eerste resultaten. Dit geeft voor de binnenstad in het algemeen en het BBN-gebied in het bijzonder een aantal ontwikkelingen aan wat betreft voorkeurstechniek en planning.
Voorkeurstechniek per buurt
Bij het bepalen van de voorkeurstechniek voor verwarmen wordt allereerst onderzocht welke techniek de laagste nationale kosten heeft. Met andere woorden, met welke techniek per buurt is de overstap naar duurzame warmte voor de BV Nederland het goedkoopst? De kosten per individueel huis kunnen anders uitpakken; hier wordt bij deze stap geen rekening mee gehouden. Er zijn drie hoofdrichtingen van technieken onderzocht, namelijk collectieve warmtenetten, all-electric warmtepompen en hybride warmtepompen met hernieuwbaar gas. Onder duurzaam gas wordt duurzaam geproduceerde waterstof en biogas verstaan.
Er wordt vanuit gegaan dat alle woningen minimaal geïsoleerd worden tot het energielabel C of de Isolatiestandaard. Uitzondering hierop zijn de monumenten. De duurzame warmtetechniek moet wel passen in de onder- en bovengrond. In een aantal buurten, zoals in de binnenstad, past een warmtenet niet in de ondergrond. Wanneer warmtenetten en warmtepompen weinig verschillen in kosten, wordt er gekozen voor een warmtenet. Dit om de impact op het elektriciteitsnet te beperken.

In bovenstaande figuur links worden de voorkeurstechnieken per buurt uit het Warmteplan 2021 getoond. In bovenstaande figuur rechts worden de veranderingen in het Warmteprogramma 2026 ten opzichte van het Warmteplan 2021 getoond. Helaas zijn de kleuren anders: voor de hybride warmtepomp op hernieuwbaar gas wordt links lichtblauw gebruikt en rechts donkerblauw; voor het warmtenet wordt links oranje gebruikt en rechts rood. Voor all-electric warmtepompen wordt zowel links als rechts geel gebruikt.
Zeven buurten met in het Warmteplan 2021 groen gas als voorkeur, hebben in het Warmteprogramma 2026 een andere voorkeurstechniek gekregen. Dit heeft voornamelijk te maken met de aanname dat er veel minder groen gas beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving. Tevens zijn er nu meer buurten waar de voorkeur uitgaat naar collectieve warmtenetten. Dit komt enerzijds doordat er nu meer kennis is over de beschikbare warmtebronnen voor warmtenetten en anderzijds doordat de isolatiekosten hoger worden ingeschat dan voorheen. Dat maakt warmtepompen relatief duurder.
Inzoomend op de binnenstad is de situatie als volgt. Centrum-Noord gaat van all-electric warmtepomp naar een hybride warmtepomp op hernieuwbaar gas. Centrum-Oost, In de Veste en Centrum-Zuidwest gaan van hybride warmtepomp op hernieuwbaar gas naar een all-electric warmtepomp. De overige drie buurten blijven bij hybride warmtepomp op hernieuwbaar gas.
Planning
Delft wil in 2050 klimaatneutraal zijn: heel Delft gebruikt dan alleen nog duurzame energie. Het Warmteplan 2021 richt zich op de wijken Voorhof en Buitenhof. Daarna resteren er circa 33.000 woningen. Om het doel in 2050 te behalen, worden deze 33.000 evenredig verdeeld over de drie warmteprogramma’s die Delft zal maken: die van 2026, 2031 en de laatste in 2036. Op basis van het Warmteprogramma 2026 worden er tussen 2030 en 2035 warmte-uitvoeringsplannen voor 11.000 woningen gemaakt.

In bovenstaande figuur links wordt de indicatie van de planning van de warmte-uitvoeringsprogramma’s volgens het Warmteplan 2021 getoond. Hoe donkerder de kleur blauw, hoe eerder het warmte-uitvoeringsplan wordt gemaakt; wit betekent als laatste gepland. In bovenstaande figuur rechts wordt de planning volgens het Warmteprogramma 2026 getoond. De met diep donkerblauw aangeven wijken zijn Voorhof en Buitenhof waarvan de uitvoeringsplannen conform het Warmteplan 2021 nu in de maak zijn. Voor de andere buurten geeft de diepte van de kleur blauw de prioritetsvolgorde van de warmte-uitvoeringsplannen aan. Wit zijn de buurten, hoofdzakelijk met bedrijfsgebouwen, waarvoor een maatwerktraject wordt gevolgd.
Delft breed gezien heeft er in de planning volgen het Warmteprogramma 2026 een verschuiving naar voren plaatsgevonden van de buurten waar een aanpak via warmtenetten de voorkeur heeft. Dit omdat volgens de gemeente de warmtenetten anders niet tijdig van de grond komen. De buurten waar duurzaam gas de voorkeur heeft blijven als laatsten geprogrammeerd. Dit omdat de komende 10-15 jaar er waarschijnlijk nog niet voldoende duurzaam gas beschikbaar zal zijn voor verwarmen.
Inzoomend op de binnenstad is de situatie als volgt. Centrum-Noord verschuift tot na 2040 als gevolg van de overgang van all-electric warmtepomp naar hybride warmtepomp op hernieuwbaar gas. Centrum-Oost en In de Veste gaan naar voren door de overgang van hybride warmtepomp op hernieuwbaar gas naar een all-electric warmtepomp . Voor de andere buurten verandert de planning niet.
De binnenstad
De Binnenstad vormt, aldus het memo, een apart cluster met een eigen dynamiek. Momenteel staan de buurten op all-electric en hybride als tussenoplossing. Het is echter een zo divers gebied in bebouwing en functies, dat er op CBS-buurtniveau zelden een voorkeursoplossing is die voor een groot deel van de buurt werkt. Er zijn ook relatief meer technische obstakels voor de verschillende technieken vergeleken met nieuwere woonwijken. Zo past een warmtenet veelal niet in de ondergrond. En de historische panden voldoende isoleren voor een all-electric oplossing is een uitdaging. Dat komt deels omdat het erg oude gebouwen zijn die niet zijn ontworpen om warmte zo goed vast te houden. Wat ook meespeelt is dat niet elke woningaanpassing mogelijk is als we de erfgoedwaarde willen behouden. Het zal dan ook niet altijd mogelijk zijn een monument naar label-C of de Isolatiestandaard te isoleren. Voor de binnenstad is vervolgonderzoek nodig naar wat wel kan, in de vorm van een verdiepende technische analyse. Dit zou gevolgen kunnen hebben voor welke techniek de voorkeur krijgt. Milieueffecten zullen naar verwachting een belangrijke overweging zijn.
Wij hebben navraag gedaan bij de gemeente naar de verdiepende technische analyse. De analyse moet leiden tot het herzoneren van de binnenstad tot logischere (kleinere) clusters dan volgens de huidige CBS-buurtenindeling. In de analyse van technieken ligt de focus op haalbaarheid. Het is de bedoeling dat de resultaten nog worden verwerkt in het Warmteprogramma 2026. Delft streeft ernaar dat het college het Warmteprogramma uiterlijk begin 2027 definitief vaststelt, waarbij de raad via een wensen- en bedenkingenprocedure wordt betrokken.
Voor het memo Warmteprogramma op hoofdlijnen klik hier
