Uitgangspunten voor toeristisch varen in de binnenstad bekend

Een belangrijke taak van het oppervlaktewater zoals de grachten en de Schie is waterberging en waterafvoer. Het veiligstellen van deze taak (het beheer) is de verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap van Delfland en is vastgelegd in de zogenaamde Keur. Het oppervlaktewater heeft ook nog twee andere functies namelijk openbare ruimte en transportsysteem, waaronder het toeristisch gebruik. De verantwoordelijkheid  voor deze twee functies ligt voor het grachtenwater bij de gemeente Delft. Voor de Schie ligt deze bij de provincie.

De verantwoordelijkheid voor de gemeente Delft voor de functies openbare ruimte en transportsysteem ligt vast in de Verordening Openbaar water gemeente Delft (VGOD). De huidige VGOD gaat herzien worden daar de gemeente het water meer wil kunnen gebruiken De herziening gaat in twee stappen. Eerst de uitgangunten en daarna de VOGD zelf. De uitgangspunten zijn door het college nu voorgesteld aan de raad in de Notitie Uitgangspunten Delftse wateren. Het vaststellen van een verordening is een raadsverantwoordelijkheid.

Onze wensen
Op de BBN-bijeenkomst van 19 september vorig jaar hebben wij uitgebreid gesproken over onze wensen en verwachtingen ten aanzien van het gebruik van het grachtenwater in de binnenstad. Hierbij was ook de opsteller van de notitie Uitgangspunten Delftse wateren aanwezig. Veel van wat de leden geuit hebben op 19 september vinden wij terug in de uitgangspuntennotie. Dit stemt ons tot tevredenheid.

Uitgangspunt blijft alleen varen op handkracht. Limitering van het aantal exploitanten en vaartuigen is nodig om de veiligheid op het water te waarborgen en overlast vanaf het water tegen te gaan. Voor een beperkt aantal exploitanten wordt een vergunning afgegeven. Op dit ogenblik betreft dit reeds overwegend elektrisch varen. Met ingang van 2025 worden alleen nog duurzaam voortgedreven vaartuigen toegelaten in de binnenstad van Delft (uitgezonderd hulpdiensten).

De flora in de binnenstad wordt beschermd. “Mede daardoor is aanmeren in de binnenstad alleen toegestaan op hiervoor gemarkeerde plekken (aanlegpaaltjes). Het vaartuig mag bovendien niet blijven liggen, er mag alleen worden op- en afgestapt. De beplanting heeft gevolgen voor de doorvaarbaarheid. Sommige grachten zijn in de zomer niet of nauwelijks bevaarbaar als gevolg van het dichte plantendek. Ditzelfde plantendek zorgt ook voor een dikkere baggerlaag, wat weer gevolgen heeft voor de diepte (doorvaarbaarheid). De beplanting vormt een ‘natuurlijke barrière’ in de vaarweg.” Wij missen nog aandacht voor de bescherming van de fauna, ofwel de watervogels.

Bedrijfsmatige exploitatie
Wij zijn minder blij met een aantal onderwerpen bij het deel Bedrijfsmatige exploitatie. Exploitanten van buiten Delft kunnen een vergunning voor het varen door de binnenstad krijgen (”het is zo leuk voor de mensen die bij ons een bootje huren om ook even een rondje door  de grachten van Delft te kunnen varen” vertelde een exploitant van buiten Delf ons) en zij krijgen mogelijk ook een exploitatiepunt in Delft zelf. Wij vrezen extra overlast en zijn daarbij van mening dat lusten en lasten een gecombineerde Delftse zaak moeten zijn.

Er worden ook geen expliciete uitgangspunten genoemd om overlast door drankgebruik en muziek tegen te gaan. In de uitgangspuntennotitie staat alleen: Voor exploitanten worden regels opgesteld voor de wijze van aandrijving en geluid. De regels gaan gelden voor iedere exploitant die Delft aandoet of in Delft opereert. Ook missen we nog de visie op aanlegsteigers in de binnenstad en op drijvende terrassen (naast terrasboten).

Voor de Notitie Uitgangspunten Delftse wateren, zie hier 

geplaatst op
19 juli 2020