Ontwerp Omgevingsvisie is teveel een economische visie op de binnenstad

De gemeente werkt aan een nieuwe structuurvisie. Als de  Omgevingswet in werking treedt zal deze structuurvisie fungeren als de Omgevingsvisie Delft 2040; daarom noemt de gemeente deze nieuwe structuurvisie Omgevingvisie Delft 2040. De visie zet de strategische lijnen uit voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de stad, en zal straks een rol vervullen als bestemmingsplannen en straks het omgevingsplan gemaakt en gewijzigd gaan worden. Met de ontwerp structuurvisie Omgevingsvisie Delft 2040 heeft de gemeente een ambitieus beleidsdocument gemaakt.

BBN heeft zich vooral gericht op de plannen voor de binnenstad. Wat opvalt is dat de visie op de binnenstad onderbelicht is, en veel te eenzijdig is gericht op de economische functie van de binnenstad. Zo wordt verwezen naar de bestaande gebiedsvisie voor de binnenstad uit 2012 (Visie en agenda binnenstad 2020 vitaal en gastvrij), die zou worden geactualiseerd; deze visie is echter een economische visie. Illustratief is dat de ontwerp Omgevingsvisie bij de koers voor de binnenstad vermeldt dat “De relatie met Stichting Centrummanagement goed onderhouden is”. Dat doet afbreuk aan de vele andere belanghebbenden in de binnenstad, waar de gemeente een goede relatie mee hoort te onderhouden en wringt ook met het uitgangspunt van de Omgevingswet waarin aan participatie (met en door alle betrokkenen) van groot belang wordt geacht. De visie benoemt het centrum als de huiskamer van de stad en “in onze huiskamer zetten we fors in op leefbaarheid, levendigheid en ontmoeting.” Fors inzetten op levendigheid mag niet ten koste gaan van de woonkwaliteit.

De visie zet in  op 300 extra woningen en 1000 extra arbeidsplaatsen in de binnenstad; in het effectrapport wordt niet duidelijk gemaakt wat de effecten hiervan zijn voor de bestaande bewoners.

In onze zienswijze verzoeken we de raad de woonkwaliteit voor de bewoners beter te borgen in deze visie. Het gaat ons daarbij om de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte voor bewoners, de kwaliteit van de woonomgeving en de woonkwaliteit.

Meer concreet gaat het dan om:

Verblijfskwaliteit van de openbare ruimte voor de bewoners:

  • beschikbaar blijven van de openbare ruimte voor verblijf en gebruik door de bewoners.
  • Veilige routes van de woning naar voorzieningen
  • Meer en beter groen om in te spelen op klimaatverandering.
  • Vergroting van de biodiversiteit
  • Realisatie van een zero emissie zone.
  • Beperken vervoersbewegingen.

Kwaliteit van de directe woonomgeving:

  • beperking van de geluidsbelasting, want de huizen in de binnenstad zijn overwegend oud en hebben daardoor een slechte geluidisolatie: iedere bewoner heeft recht op een stille kant en luchtwarmtepompen dienen als gevolg van hun geluidsproductie in de binnenstad niet toegepast te worden.
  • Gasten in de huiskamer dienen zich te gedragen
  • Een balans tussen de woonfunctie en het terrassenbeleid
  • Handhaven functiediversiteit in de binnenstad:  geen verdere toename horeca en behoud van detailhandel

Kwaliteit van het wonen:

  • Creëren van onzelfstandige woningen en micro-appartementen tegen gaan
  • Stimuleren zelfbewoning: terughoudendheid ten aanzien van toename B&B en  geen permanente vakantieverhuur.
  • Handhaven van sociale woningbouw in de binnenstad.
  • Ruimte voor verduurzaming van de woning: experimenten hoe energietransformatie haalbaar te maken in de binnenstad
  • Binnenterreinen niet verder verdichten, maar vergroenen en ontstenen.
  • Op binnenterreinen geen bouwvolume meer toevoegen.
  • Stimuleren van de kwaliteit van woningaanpassing ten behoeve van klimaateisen en vergroening privé buitenruimte

voor de ontwerp visie, klik hier

voor onze zienswijze, zie hieronder:

geplaatst op
06 februari 2021