Het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 is definitief

Het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 is in twee stappen tot stand gekomen. Vorig jaar heeft het college het ontwerp Mobiliteitsprogramma Delft 2040 ter inzage gelegd. Iedereen kon daarop reageren. BBN miste in het programma een aantal voor de binnenstad belangrijke elementen, daarnaast zou het tot een aantal voor de binnenstad ongewenste ontwikkelingen leiden. BBN heeft daarom een zienswijze ingediend, waarbij we voor een aantal onderwerpen door middel van een enquête input hebben gevraagd bij de leden. Daar hebben wij eerder over bericht, klik hier. Naar aanleiding van alle ingediende zienswijzen heeft het college een gewijzigd ontwerp ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad; deze versie is afgelopen week in de raad besproken.

Niet overgenomen uit onze zienswijze
Uit onze zienswijze zijn door het college de volgende onderwerpen niet overgenomen in het gewijzigde ontwerp dat aan de raad werd voorgelegd:

  • Meer fietsroutes door de binnenstad. Nog sterker, de enige bestaande fietsroute door de binnenstad namelijk die van Koepoortbrug naar Binnenwatersloot gaat volgens het mobiliteitsprogramma verdwijnen: “Deze hoofdroute loopt door een gebied dat is aangemerkt als kwaliteitsnet voor de voetganger. Dit betekent dat de voetganger prioriteit krijgt.”
  • De fietsstallingscapaciteit in de binnenstad ook inrichten op piekmomenten zoals zaterdagmiddag, en geen vrijgekomen autoparkeerplaatsen opvullen met gestalde fietsen, dus geen blik voor blik.
  • Gemeentelijke regeling maken voor het verplicht creëren van fietsstallingscapaciteit bij het maken van woonruimte in bestaande gebouwen.
  • Het op straat stallen van fietsen en bromfietsen van bezorgbedrijven reguleren: dit onderdeel van onze zienswijze is niet eens opgenomen in de nota van zienswijzen.
  • Een meer veilige en autoluwe binnenstad maken door minder autoverkeer van buiten de binnenstad in de binnenstad toe te laten. Zo ook de Paardenmarkt alleen voor bewonersparkeren bestemmen. In de nota van zienswijzen wordt alleen op het laatste ingegaan, en niet op het eerste.
  • Realiseren van openbaarvervoer in de binnenstad op dusdanige afstand dat deze ook bereikbaar is voor ouderen en minder validen. In de nota van zienswijzen komt deze niet eens terug.
  • Deelfietsen, deelscooters niet aanbieden via het zogenaamde freefloating methode, maar alleen via het roundtripsysteem (deelsystemen op een vaste plek).
  • Het weren van bromfietsen met verbrandingsmotoren in de gehele binnenstad.

Wel overgenomen uit onze zienswijze
Er is slechts een punt van ons overgenomen. In onze zienswijze stelden wij:
“Het Mobiliteitsplan geeft aan dat in 2025 alle verbrandingsmotoren voor vracht- en bestelauto’s zijn verdwenen uit de binnenstad. Als oplossing wordt genoemd een goede stadslogistiek en de aanwezigheid van logistieke hubs in (of in de nabijheid van) Delft. Op dit moment is het al zeer druk in de binnenstad met vrachtwagens en busjes. Als de vrachtwagens en busjes alleen maar worden vervangen door kleine vervoermiddelen zal de drukte en het fysieke ruimtebeslag extreme vormen aannemen. Als randvoorwaarde voor de stadslogistiek moet daarom gelden dat deze het aantal voertuigbewegingen in de binnenstad laat afnemen.”
Naar aanleiding van onze opmerking is aan de tekst van paragraaf 7.1 Vernieuwende logistiek toegevoegd: “De distributie van de goederen in de (binnen)stad gaat plaatsvinden met kleinere logistieke eenheden. Dat kan dan zowel met de vrachtfiets, kleine vrachteenheden (<3,5 ton) als met een boot. Dit moet leiden tot een efficiëntere logistieke keten met minder voertuigbewegingen.”
Wij zijn zeer blij met deze toevoeging daar dit druk op gemeente, vervoerders en winkeliers legt om met elkaar het aantal verkeersbewegingen te laten afnemen en zo een veiligere en aangenamere binnenstad te realiseren.

Behandeling in de gemeenteraad
Bij de behandeling afgelopen week werden diverse amendementen en moties ingediend. Twee daarvan waren van toepassing op de binnenstad. De eerste was een door D66, CDA, ChristenUnie en GroenLinks ingediend amendement. De strekking hiervan was dat er in hoofdstuk 5.3 Risicogroepen ook aandacht wordt gegeven aan Delftenaren met een mobiliteitsbeperking en dat er bij de Conclusie en opgaven verkeersveiligheid de volgende bullets worden toegevoegd:

    • We voeren periodiek een schouw uit waarbij we de openbare ruimte testen op toegankelijkheid voor verschillende soorten beperkingen;
    • Mensen met een beperking maken dagelijks gebruik van de openbare ruimte en moeten op een voor hun toegankelijke manier hun ervaringen kunnen delen met de gemeente; 
    • Projecten in de openbare ruimte richten we zoveel mogelijk in conform de CROW-richtlijnen.

Dit amendement werd aangenomen.
De tweede was de motie ‘Overgangsregeling bestaande woningen in uitgebreid autoluwplus’ van CDA, ChristenUnie en Onafhankelijk Delft. Met in de overweging dat er maar beperkte capaciteit is in de Zuidpoort-garage, waardoor veel bewoners worden geacht straks te parkeren in de verder weg gelegen Prinsenhof-garage, luidde de motie:

Bij toekomstige uitbreidingen van het autoluwplus-gebied in de binnenstad rekening te houden met huidige bewoners (eigenaren of huurders) die in het bezit zijn van een straatparkeervergunning, door deze bewoners een (niet-overdraagbare) mogelijkheid te blijven bieden tegen redelijke tarieven op straat te parkeren zolang zij in het nieuwe autoluwplusgebied woonachtig zijn of tot het moment dat zij aangeven de vergunning niet meer te willen verlengen.

Deze motie werd niet aangenomen.

Het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 werd door de raad vastgesteld. Tegen stemden Groep Stoelinga, Onafhankelijk Delft, SP en Stadsbelangen Delft. Het moge duidelijk zijn dat het mobiliteitsprogramma ons niet heeft gebracht wat wij nodig vinden voor een goede en veilige verkeersontwikkeling in de binnenstad. Dat is jammer en dat betekent wij ons de komende jaren extra moeten inzetten om de ongewenste verkeersontwikkelingen in de binnenstad te kunnen bijsturen.

Voor het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 klik hier.

geplaatst op
31 januari 2021