Is Delfts Doen gedaan?

Landelijk wordt al geruime tijd gewerkt aan een nieuwe Omgevingswet. De actuele planning is dat deze 1 januari 2022 in werking zal treden. Een van punten waar de wetgever aandacht voor vraagt, is participatie: “het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit’. Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden.

Hoe dat precies moet, schrijft de wetgever niet voor. Daar is ruimte voor maatwerk. Binnen de gemeente Delft is in overleg met allerlei partijen een eigen participatiemethode ontwikkeld, met als naam Delfts Doen.

Delfts doen kent negen spelregels, die als volgt luiden:

  1. Zelf aan zet | Wilt u aan de slag met een idee of plan voor verbetering van uw buurt of de stad? Als initiatiefnemer organiseert u hiervoor zelf de participatie met behulp van Delfts Doen. Deze aanpak helpt u ook op weg met een reeks handige hulpmiddelen.
  2. Breng in beeld | Bepaal vooraf wie belang kunnen hebben bij uw initiatief en breng wet en regelgeving in beeld zodat u weet waaraan uw idee of plan moet voldoen, bijvoorbeeld de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan.
  3. In gesprek | Ga in gesprek met alle belanghebbenden. Doe dit open en actief.
  4. Goede afspraken | Maak samen met belanghebbenden afspraken over het proces dat u wilt doorlopen, de samenwerking, de betrokkenheid van partijen tijdens vervolgfasen en niet te vergeten over de kaders van uzelf, van belanghebbenden en de wettelijke.
  5. Deel | Wissel in gesprek alle ideeën, overeenkomsten en knelpunten uit. 
  6. Werk uit | Werk uw initiatief uit tot een conceptplan en schrijf een toelichting waarin u aangeeft wat u heeft gedaan met de ideeën en belangen.
  7. Toets | Toets het conceptplan en de toelichting bij de belanghebbenden en maak het definitief.
  8. Leg vast | Maak een verslag van alle acties die u heeft ondernomen én de resultaten ervan (stap 1 t/m 7). Deel dit verslag met alle mensen die u heeft betrokken en andere belanghebbenden.
  9. Dien aanvraag in | U bent klaar om een aanvraag voor een omgevingsvergunning in te dienen. Voeg bij uw aanvraag uw definitieve plan én het verslag dat u heeft gemaakt.

Duidelijke stappen, waar belanghebbenden vertrouwen aan kunnen ontlenen, zeker als de wijze van invulling van de stappen ook goed gebeurt.

De ambitie is enorm: “In Delft hebben we de Delftse participatieaanpak uitgewerkt: Delfts Doen. We zetten hiermee een nieuwe norm voor participatie. Een duidelijk proces met heldere spelregels, bruikbaar in de voorbereiding van elk nieuw initiatief, in de stad, de wijk of de buurt.“

Hoewel de Omgevingswet nog niet in werking is, is de gemeente aan de slag gegaan met deze methode: de gemeenteraad heeft Delfts Doen in juni 2017 vastgesteld met de opdracht om:

  • te gaan oefenen met de spelregels,
  • voor de inwerkingtreding van de wet Delfts Doen te evalueren,
  • en een voorstel te doen voor de definitieve set van regels.

Inmiddels is de evaluatie dus aan de gemeenteraad gestuurd, zie hier. Er is het nodige op af te dingen.

Projecten
De evaluatie noemt een grote lijst van projecten waar met de methode geëxperimenteerd zou zijn in bijlage 4. Het valt ons op dat ook enkele cruciale projecten niet worden genoemd: de parkeertransitie (wel het mobiliteitsplan), de Rode Loper (terwijl wethouder Harpe december 2017 de gemeenteraad meldde de participatie rond dit project volgens deze methode te vervolgen, zie hier). Maar ook de planvorming van de projectgroep Gasthuisplaats niet, waar de projectgroep zelf veel moeite heeft gedaan participatie in de geest van de Omgevingswet vorm te geven. In al deze projecten botste er weliswaar wat rond de participatie, maar zitten niet juist ook daar de leermomenten voor een goede evaluatie?

In de evaluatie zijn 4 participatietrajecten onderzocht, waarom juist deze gekozen zijn uit de grote lijst is niet duidelijk.

Aanvankelijk stelde het college in 2017 voor in maar twee projecten te gaan experimenteren met de Delfts Doen, Omgevingsvisie en de Green Village (zie hier) de commissie adviseerde ook te experimenteren in gebieden waar meer mensen woonden;  de wethouder zegde toe dat naast de Omgevingsvisie en de Green Village De Staal en Het Rode Dorp in de Buitenhof als proefgebieden voor de Delftse participatieaanpak waren gekozen (zie hier) .

Dan zou je verwachten dat nu over deze vier experimenten geëvalueerd zou zijn, maar dat is niet het geval. Twee blijven buiten beeld. Nu zijn de volgende participatietrajecten onderzocht:

  • Ambitiedocument Yperstraat
  • Herontwikkeling Staalweg
  • Proeftuin de The Green Village
  • De Energietransitie; mogelijkheden voor een aardgasvrije wijk (plan van aanpak).

Wijze van evaluatie: de criteria
De gemeente meldt dat de onderzoekers uit Utrecht de participatie in projecten onderzocht hebben op de volgende aspecten:

  • beleefdheid & respect(respect): het gevoel beleefd en respectvol benaderd te zijn
  • Inbreng (voice): de ervaring dat er ruimte was om je mening te geven en dat deze serieus werd genomen
  • Verantwoording (explanation): begrijpelijke uitleg van, en verantwoording over het proces en de inhoudelijke keuzes met betrekking tot het eindresultaat
  • Integriteit (integrity): ambtenaren betrokken bij het participatieproces worden ervaren als deskundig, professioneel en integer. Dit komt naar voren in de manier waarop het participatieproces is ingericht en in de gedragingen van ambtenaren.

Daarmee zijn in de vier projecten vier criteria wanneer ‘participatie’ goed zou zijn onderzocht, maar niet of de formele stappen van Delfts Doen (de spelregels) gevolgd zijn. Het eigene aan Delfts Doen is dus geheel buiten beeld gebleven.

In het document dat nu naar de gemeenteraad wordt gestuurd zijn die spelregels niet eens meer opgenomen; in bijlage 3 met als titel “spelregels” staat alleen een plaatje.

Verder zijn de vier beoordelingscriteria die dan wel gebruikt zijn heel procesmatig, en niet gericht op de vraag ‘wordt het eindresultaat er beter van’.

Huiswerk over?
De conclusie dat Delft Doen een succesvolle methode is kan je niet trekken op basis van dit onderzoek.

Allereerst omdat het niet duidelijk is of en hoe de spelregels van de methode gevolgd zijn in de vier onderzochte projecten. En verder omdat de beoordelingscriteria eenzijdig procesmatig zijn. Daar komt bij dat de gekozen projecten atypisch zijn, en projecten waar veel discussie was over participatie niet gekozen zijn, terwijl ook daar juist leermomenten kunnen zitten hoe participatie goed kan worden vormgegeven.

De evaluatie is een gemiste kans. De stappen uit de spelregels zijn nog vrij open geformuleerd. Juist een evaluatie kan helpen die stappen verder in te kleuren: wat werkt wel, en wat werkt niet? Sluiten de verwachtingen tussen betrokkenen over detailniveaus van plannen tijdens de stappen op elkaar aan? Werkt de verslaglegging van de stappen goed – zou een vast format een goed idee zijn? Wordt de besluitvorming beter, leidt het bijvoorbeeld tot minder bezwaren? Maar ook: zijn er initiatieven waar de spelregels wringen, en de overheid participatie niet volgens deze spelregels kan waarmaken, of is Delfts doen overal inzetbaar?

Zo’n soort evaluatie lijkt toch ook de bedoeling geweest te zijn, toen de raad in 2017 het eerder aangehaalde huiswerk meegaf aan de wethouder.

Participatie zal blijven – dat straalt de evaluatie gelukkig wel uit, maar dat de spelregels zelf vervolgens uit het document verdwenen zijn, roept de vraag op of Delfts Doen gedaan is, en of de ‘nieuwe norm voor participatie’ nog wel de norm is. 

geplaatst op
13 januari 2021