Van kruimel tot parel?

Van kruimel tot parel?

Het bestemmingsplan geeft aan welke activiteiten op een bepaalde plek mogen plaatsvinden. Het kan gebeuren dat iemand een aanvraag voor een omgevingsvergunning indient voor een plan dat afwijkt van het bestemmingsplan. De wetgever heeft hiervoor procedures bepaald, een daarvan is de zogenaamde Kruimelgevallenregeling.

Ook heel ingrijpende kruimels

Kruimel is een wat misleidend woord, omdat ook zaken die gevoelsmatig allesbehalve kleine wijzigingen zijn onder deze regeling vallen. Op de aangevraagde omgevingsvergunning om af te mogen wijken van het bestemmingsplan wordt dan volgens de procedure  direct besloten door B&W, zonder dat er de gelegenheid is voor inspraak en zonder dat een ontwerp besluit ter inzage wordt gelegd. B&W besluiten dan binnen 8 weken. Een voorbeeld in ons gebied is de nieuwe functie voor het depot van het legermuseum op de Paardenmarkt. Een ander voorbeeld is de nieuwe plek van dansschool Wesseling.  

De raad van Delft heeft diverse malen aangegeven moeite te hebben te worden geconfronteerd met plannen als gevolg van de Kruimelgevallenregeling die veel los maken onder omwonenden en andere betrokkenen, maar waar de raad formeel niets over te zeggen heeft. Daarnaast zet de  8 weken procedure de kwaliteit van de ruimtelijke beoordeling in die gevallen onder druk.

Berucht is art 4 lid 9:

het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen;

Wellicht wat cryptisch geformuleerd, maar dit betekent dat wijziging van gebruik, bijvoorbeeld van wonen naar horeca of van sociaal culturele doeleinden naar discotheek in beginsel zonder inspraak van burgers en zonder betrokkenheid van de raadscommissie kan.

BBN heeft al eerder, samen met twee collegabelangenverenigingen, de gemeenteraad gevraagd na te denken over beperkende regels rond het gebruik van de kruimelgevallenregeling met als aanleiding de vergunnng aanvraag op de Paardenmarkt, klik hier.

Gemeenteraad wil meer: ook kaders stellen aan kruimels

Ook de gemeenteraad is hier naar op zoek. Kort na de zomervakantie was een technische briefing aan de raad over de regeling; in de raadscommissie van oktober lag een concreet voorstel van de SP-fractie om te komen tot een regeling voor kruimelgevallen.

BBN is blij met deze aandacht vanuit de gemeenteraad. Helaas heeft de wetgever ons met de opgerekte kruimelregeling opgezadeld. Ons inziens verdient het hier de grenzen van wat de wetgever wil reguleren op te zoeken. Het is de Delftse politiek te prijzen dat ze zelf het initiatief zoekt, en er daardoor ook nu wat beweging in het dossier lijkt te komen.

De wetgever lijkt de kaderstellende rol van de gemeenteraad opzij te hebben gezet. Met echte kruimels is daar niets mis mee, maar met sommige kruimels dus wel.

In de brief van het college naar aanleiding van het SP voorstel kiest het college opnieuw een heel formele insteek, net als in de eerdere reactie op de brief van de drie belangenverenigingen uit de binnenstad. De redenering is als volgt: de raad heeft geen bevoegdheden, dus mag alleen toezichthouden of het college werkt binnen de kaders die de gemeenteraad in het bestemmingsplan heeft gesteld en in andere wetgeving zijn opgenomen. Wethouder Hekker verwoordde het tijdens de commissievergadering als volgt: het college werkt binnen de door de raad vastgestelde kaders. Helaas is dat laatste nu juist niet het geval: de kruimelregeling maakt het mogelijk die kaders opzij te zetten. Neem de Paardenmarktlocatie: in het bestemmingsplan geen kaders die horeca mogelijk maken, via de kruimelregeling zit er nu horeca. Dat is de kern van de frustratie van de raad, want noch in een bestemmingsplan noch tijdens de procedure van afwijken wordt de mening van de raad gevraagd of een voorstel goede ruimtelijke ordening is. Terwijl de raad eerder, in het bestemmingsplan, heeft aangegeven dat het toen niet op voorhand goede ruimtelijke ordening was. De betreffende functie is immers niet mogelijk gemaakt in het door de raad vastgestelde bestemmingsplan. Anders was een beroep op de kruimelregeling niet nodig.

Toezeggingen wethouder

Het debat aan de raad leverde wel wat op.

1) Er zal achteraf door het college verantwoording worden afgelegd over hoe is gehandeld t.a.v. kruimelregeling (die toezegging staat in het verlengde van de brief aan de raad).

De raad wilde echter meer. Dat leidde tot een tweede toezegging van de wethouder.

2) Over politiek gevoelige dossiers de wethouder de raad vooraf actief zal informeren. Wel werd als kanttekening gemaakt dat het de procedure niet in de weg kan staan, en de bevoegdheid aan het college blijft. Het college moet verder binnen de wettelijke termijn op de aanvraag beslissen, wat b.v. in een periode met een reces voor de raad lastig kan zijn. Diverse fracties vroegen wat dat dan was, een politiek gevoelig dossier. Suggestie was om daar ervaring mee op te gaan doen.

En naast het informeren van de raad, werd ook gewezen op het belang dat omwonenden actief geïnformeerd worden door de initiatiefnemer. Alleen al voor hem om procedures te voorkomen.

3) Het college zegde toe te stimuleren dat een initiatiefnemer omwonenden vroegtijdig informeert; als hij het laat afweten zal de gemeente de initiatiefnemer er op wijzen. Wel maakte de wethouder als kanttekening dat het college niet altijd tijdig weet dat er een initiatief aankomt, soms pas op het moment dat de aanvraag wordt ingediend.

Een aanwezige ambtenaar, de heer Duinkerken, vertelde nog dat heel veel gemeenten beleid hebben t.a.v. wat je wel of niet mag toestaan binnen de kruimelprocedure.

Suggesties BBN

Wat BBN betreft blijft de essentie dat ook rond de kruimelregeling de stad een mening moet kunnen vormen over goede ruimtelijke ordening. Dat is niet een technisch iets wat door b.v. alleen hogere regelgeving wordt bepaald, maar ook een politieke afweging.

En het college mag dan bevoegd zijn tot al dan niet verlenen van de vergunning, een verstandig wethouder zal de mening van de raad gebruiken bij de eigen oordeelsvorming over goede ruimtelijke ordening. Juridisch kan de terugkoppeling aan de raad niet verplicht worden, maar er kunnen vanzelfsprekend wel politieke afspraken over gemaakt worden.

De tweede toezegging is wat dat betreft een stap in de goede richting.

BBN heeft de volgende aanvullend suggesties:

1. Ten aanzien van de derde toezegging, de informatie aan omwonenden: BBN is het ermee eens dat bij politiek gevoelige kruimels het belangrijk is dat de mening van omwonenden wordt gepeild. Wij stellen voor dat het college hiervoor standaard een informatieavond belegt. Niet om draagvlak te peilen (wat juridisch niet relevant is, aldus de B&W brief), wel om beter zicht te krijgen op wat een goede ruimtelijke ordening is (wat juridisch wel relevant is, naar onze mening), en daarvoor is inzicht in de belangen die zo’n bijeenkomst geeft essentieel om als college een goed besluit te kunnen nemen (lees belangenafweging te kunnen maken).

2. Om de tijd hiervoor te creëren kan standaard bij deze gevoelige kruimels de beslistermijn van 8 weken met 6 weken worden verlengd. Dat is tevens van praktisch belang voor de tweede toezegging. In 14 weken kan een raadscommissie altijd besluiten het op de agenda te zetten om het college te kunnen adviseren over wat naar mening van de raad goede ruimtelijke ordening is.

3. Als derde een aanscherping van de kaders. BBN ziet nog steeds veel in beleidsregels die op voorhand invulling geven aan wat voor vaker voorkomende gevallen een goede ruimtelijke ordening is. In de commissievergadering werd hier al aan gerefereerd: veel gemeenten hebben beleid t.a.v. je wat al dan niet wordt toegestaan binnen de kruimelregeling. “Geen horeca in gebieden met een woonbestemming” is een voorbeeld van zo’n beleidsregel. Gevolg van zo’n beleidsregel is dat B&W niet per geval hoeven te beoordelen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening, maar de beleidsregel kunnen volgen. Het lijkt waardevol als Delft ook dit soort kaders heeft.

geplaatst op 01 november 2016